1869-1897: De dorpstimmerman

Op 12 mei 1869 vestigde Adam van der Wal zich als timmerman in Groot-Ammers, een polderdorp in het hart van Nederland. In een tijd waarin het land zich razendsnel aan het industrialiseren was, kon een timmerman nog altijd zijn plaats vinden op de markt, onder meer in het onderhoud van de vele molens in de polder.

‘Als eens de kracht van den stoom vervangen zal worden door die van het atoom, draagt dan zorg, dat gij de groote werkplaatsen hecht doortimmerd bouwt. Gaat zoo met Uw tijd mede, niet alleen in technisch en economisch opzicht, maar ook op sociaal terrein. Laat, als de onderneming floreert, Uwe handwerkslieden dan mededeelen in het profijt. Zoodat gij allen te samen in vrede en met pleizier zult arbeiden.’

Uit een brief geschreven door Adam van der Wal, grondlegger van het bedrijf dat zou uitgroeien tot het huidige BAM

In de tweede helft van de 19e eeuw was Nederland aan het opkrabbelen na een duistere periode die was gevolg op de Gouden Eeuw. De constitutionele democratie was gevestigd, de bedrijvigheid werd in hoog tempo gedomineerd door de mechanisatie, en de handel bloeide weer op. Hoewel Adam mede kon profiteren van de economische ontwikkelingen van zijn tijd, kon hij niet vermoeden dat zijn timmermanswerkplaats zou uitgroeien tot een bedrijf met de omvang van de huidige Koninklijke BAM Groep. Wat hem motiveerde, was brood op de plank voor zijn gezin.

Adam van der Wal vond zijn klanten zowel onder lokale bedrijven als particulieren. Een typisch voorbeeld van zijn werkzaamheden betrof reparaties aan de vele molens langs de Lek. Als dorpstimmerman was hij soms ook betrokken bij intieme momenten in het leven van zijn dorpsgenoten: wanneer een geliefd familielid was overleden, klopte men bij hem aan om de kist te bestellen.