1928-1939: De onderneming breidt zich uit

In 1928 werd opnieuw de naam van het bedrijf gewijzigd. Vanwege gezondheidsproblemen was Jan gedwongen plaats te maken voor zijn zoon Joop, die samen met zijn zwager, Gerrit Jonkheid, een tweekoppige directie vormde.

Gerrit had net als Joop een ingenieursstudie gevolgd, en had zijn naam reeds gevestigd door zijn betrokkenheid bij de bouw van het Olympisch Stadion in Amsterdam. De twee zwagers hervormden het bedrijf als naamloze vennootschap onder de naam N.V. Bataafsche Aanneming Maatschappij van Bouw en Betonwerken v/h Firma J. van der Wal en Zoon.

Deze lange naam was de eerste stap in de richting van het later zo bekende en veel kortere ‘BAM’. Het woord ‘Bataafsche’ werd in die tijd wel vaker toegepast in bedrijfsnamen, mogelijk vanwege de associatie met de Batavieren, de Germaanse stam die gezien werden als de grondleggers van de Hollandse natie. Zij zouden zich al in de eerste eeuw voor Christus in de Rijndelta aan de Noordzee hebben gevestigd. Een ander bekend bedrijf dat zich naar de Batavieren had vernoemd, was de Bataafsche Petroleum Maatschappij, die later zou opgaan in Shell. Deze oliemaatschappij was een regelmatig terugkerende opdrachtgever van de Bataafse bouwers.

In de eerste paar jaar van zijn bestaan kreeg de voorloper van BAM zwaar weer te verduren, vanwege de wereldwijde depressie die de economie in zijn greep had. Joop en Gerrit, de twee ingenieurs aan het hoofd van het nieuwe bedrijf, kregen in 1929 te maken met een nog acutere crisis vanwege het bankroet van de bank Scheurleer & Zonen, hun voornaamste geldverstrekker. Ondanks het risico voor de solvabiliteit van het bedrijf wisten Joop en Gerrit door hun adequate optreden de reputatie van de Bataafsche onder opdrachtgevers hoog te houden.

In de jaren dertig gingen de zaken gaandeweg weer beter, met diverse grote opdrachten zoals de uitbreiding van het hoofdkantoor van de Bataafsche Petroleum Maatschappij in Den Haag, het KEMA laboratorium in Arnhem, het kantoor van omroeporganisatie AVRO in Amsterdam, de winkel van C&A in Rotterdam en de renovatie van de Baarnse vleugel van Paleis Soestdijk, waar Prinses Juliana en haar kersverse echtgenoot Prins Bernhard hun intrek zouden nemen.

Naast een nieuw hoofdkantoor in Den Haag vestigde het bedrijf in deze periode ook de eerste twee regionale kantoren, in Arnhem en Amsterdam.