1945-1959: De wederopbouw van Nederland

Toen het weer vrede was, begon het land voorzichtig weer op te krabbelen. Toen dit eenmaal goed op gang kwam, was het optimisme niet te stuiten. Het bedrijf herwon zijn plaats als een van de voornaamste bouwers en zou zich geleidelijk aan in een groeiend aantal sectoren gaan manifesteren.

In een land dat zich herstelde na de Hongerwinter van 1944-1945 was weer ruimte aanwezig voor nieuwe ideeën. Binnen de bouwsector speelde de Bataafsche een belangrijke rol in een grondige modernisering. Joop van der Wal en Gerrit Jonkheid waren betrokken bij de oprichting van een nationaal blad voor de sector, Bouw, waarin een cultuur van samenwerking en wederzijds respect werd nagestreefd. Ze waren ook betrokken bij de oprichting van een landelijk opleidingsinstituut, de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf, dat tot aan het einde van de eeuw normbepalend zou zijn voor de professionalisering van de sector.

Joop en Gerrit vervulden allebei ook functies in organisaties die een rol speelden bij de hervorming van de relatie tussen bouwers, architecten, opdrachtgevers en toeleveringsbedrijven: minder hiërarchie en meer samenwerking, in teams waaraan alle partijen hun specifieke vaardigheden bijdroegen.

Toen Joop van der Wal overleed in 1955, werd dit in de gehele sector als een groot verlies ervaren.

Zakelijk gezien waren de naoorlogse jaren en de vroege jaren vijftig voor BAM zeer succesvol, met projecten zoals de uitbreiding van nationale luchthaven Schiphol en het eerste project met een waarde van meer dan een miljoen: de bouw van en fabriekscomplex voor treinbouwer Beijnes in Beverwijk. Het complex omvatte ook woningen voor de werknemers en zelfs een eigen spoorwegstation.

Vanaf 1955 zakte de economie echter weer in en er volgde een periode van bezuinigingen. Het antwoord van de Bataafsche was om zich te richten op kwaliteit tegen een zo gunstig mogelijke prijs. Dankzij verstandig ondernemerschap in de vette jaren was de financiële gezondheid uitstekend. Het aantal werknemers was in de loop der jaren uitgegroeid tot meer dan 1000. Zelfs in de magere periode van de late jaren vijftig was dit niet genoeg om te voldoen aan de vraag in de markt. Tegelijkertijd was er krapte op de arbeidsmarkt: voldoende geschoold personeel was nauwelijks te vinden. Om die reden ging het bedrijf steviger investeren in arbeidsbesparende technieken en werkmethoden.